Deprecated: Function ereg_replace() is deprecated in /home/k1702/public_html/lustigegeesten.nl/prosopografie/prosopografie_more.php on line 606
Prosopografie More Info.

Home

Prosopografie

Bestanden

Methode

Werkwijze

Over de auteur

Bestellen

Colofon

Details
IDM72
NaamRoggeveen, Arent
VariantenArent Jansz Roggeveen
Titels 
Extra aanduiding 
Zinspreuk, aliasTer Werelt Niet Wis, Dan De Mathesis/Mathezis
Geboorte- en sterfdatumvoor 1639 - in 1679
HerkomstDelfshaven, Holland
OudersJan Roggeveen x N.N.
Echtgenote(s)Maria Storm
KinderenJan Roggeveen, tr. 1. Maria Keskes en 2. Judith D'Assonville; mr Jacob Roggeveen (1659-1729) x A.A. Clement
Opleiding (hoogst genoten) 
Beroepenschoolmeester, wiskundeleraar?
Ambten, wijdingen 
Lidmaatschap kamer (kamer, jaren, categorieŽn)IMG; 1662, 1669, 1672; 3 bronjaren
Functies kamerprins, 1669
Activiteiten kamerHij nam in 1662 deel aan de interne prijsvraag van IMG, uitgeschreven door Jan Pietersz Slingertrecht. In 1669 publiceerde hij een deels verkorte eigen versie met aanvullingen van Bollaerts Verkrachte Belgica, dat verscheen bij de uitgever Pieter van Goethem, lid van IMG in 1669. Daarvoor kreeg een reprimande van de kerkenraad. In 1672 nam hij namens IMG deel aan de wedstrijd te Vlissingen.
Overige lidmaatschappen (organisatie, jaren)schoolmeestersgilde, 1659
Overige functies (functie, organisatie, periode)wijnroeier; examinator V.O.C. kamer van Zeeland
Overige verwanten 
Vrienden en contactenJoost van Breen, Johannes de Mey, Willem Momma, Jan Pietersz Slingertrecht
Sociale groepgezeten burgerij?
Mobiliteitonbekend
Religieuze en politieke gezindhedengereformeerd?
Intellectuele en culturele productie Hij publiceerde in 1665 in Middelburg Het nieuwe droevige nachtlicht, een cartesiaanse verklaring van de verschijning van een komeet eind 1664 en begin 1665. Hij had het werk geschreven met Joost van Breen, met wie hij tot de eerste examinatoren van de Zeeuwse kamer van de V.O.C. behoorde. Van Breen schreef een navigatieleerboek dat hij in 1662 te Den Haag publiceerde. Hij correspondeerde met de astronoom Dirck Rembrantszoon van Nierop en was bovendien bevriend met Johannes de Mey die notities maakte over zijn uitvinding van een tekeninstrument en en wagen waarmee men kon rijden zonder voortgetrokken te worden.|Roggeveen schreef lofdichten op het werk van De Mey en in 1678 publiceerde hij samen met ondermeer Isaack Hoornbeek, rector van de Latijnse school, ds Servatius Hazevoet, burgemeester Willem Quirijnsen en Remigius Schrijver (M81) een rouwdicht in bundels die verschenen ter gelegenheid van De Meys overlijden. Roggeveen schreef bovendien een lofdicht op Willem Momma, vanaf 1676 collega- hoogleraar van De Mey aan de Middelburgse Illustere School. Momma was bijzonder controversieel. De classis Walcheren en een deel van de Middelburgse kerkenraad verzette zich hevig tegen zijn aanstelling. De prins van Oranje steunde de classis, maar het stadsbestuur, dat de doorslag gaf bij de benoeming, hield voet bij stuk. In de daaropvolgende pamflettenstrijd koos De Mey de zijde van Momma en zijn politieke vrienden. De gemoederen liepen zo hoog op dat de gewapende burgerwacht zich in het conflict mengde en het stadsbestuur steunde, waardoor het conflict escaleerde. De prins kwam daarop zelf naar Middelburg, ontsloeg zes stadsbestuurders en bevestigde het classicale besluit tot ontslag van Momma. Ook de burgerwacht en kerkenraad werden deels vernieuwd. Minstens twee van de ontslagen regenten Johan Honingh en Jacobus Peckius (M66) die tot de vriendenkring van De Mey behoorden. Honingh en Peckius hingen de coccejaanse opvatting aan dat de kerk een beperkte autonomie bezat ten opzichte van de overheid. Hun voetiaanse tegenstanders waren juist voor een volledig onafhankelijke kerk. Roggeveen had in 1678 een aanvaring met de kerkenraad.|Roggeveen zelf publiceerde in 1666 te Vlissingen het politieke pamflet De Zeeuwsche Mercurius en kransdragers met gedichten uitgebeeld; aan de zeehelden gebleven voor t vaderland in den zeeslag in de Noordzee op 4 augustus 1666 en in 1675 het cartografische en geografische werk Het eerste deel van het brandende Veen, verlichtende alle vaste kusten ende eylanden van geheel West-Indien. Etc. Jan Pietersz Slingertrecht (M80) en de Veerse rederijker Cornelis Udemans schreven een lofdicht op Het nieuwe droevige nachtlicht uit 1665 en Slingertrecht schreef ook een lofdicht op Het eerste deel van het brandende Veen uit 1675. In 1676 publiceerde Roggeveen bij Pieter van Goethem zijn Voorlooper op t octroy, van de Hoog.Mog.Heeren Staten Generael, verleent aen Arent Roggeveen en sijn medestanders over de Australisse zee ofte beter gesecht het onbekende gedeelte des werelts. Etc.; beneffens een kaerte van 't selfde disctrict. Zijn voornemen om die reis te maken werd in 1721 uitgevoerd door zijn zoon notaris Jacob Roggeveen. Deze was een vriend van de spinozistische Middelburgse ambtenaar DaniŽl Fannius, een verwant van Johan de Witt en de familie Van Beaumont. Ook de jonge Roggeveen las zijn Spinoza. Fannius en Roggeveen jr waren voor en tijdens de burgerbeweging van 1702 actief als anti- orangistische agitatoren.
Lijst van publicatiesja
Bijzonderheden 
Bronnen en literatuurLijst IMG; Ne'erlandts vallende oorsaeck; ZB hs. 6412, wedstrijdboek Bloemken Jesse; Zuidervaart 2001, 12-14. 25, 31, 39; Meertens 139-140; Nagtglas 1890-1893, II, 524; Van der Bijl 1982, 26, 48, 149 en 167; en Frijhoff 1986, 12- 13.
Bewerk
Verwijder